Inhoud toevoegen aan tabelcellen

U kunt op verschillende manieren inhoud aan een tabel toevoegen. U kunt zelf nieuwe inhoud typen, inhoud van elders kopiëren en plakken, of tekst automatisch laten aanvullen. Wat u ook doet, u kunt een cel altijd wijzigen of wissen nadat u inhoud hebt toegevoegd.

Cellen selecteren

Voer de volgende stappen uit:

  • Een cel selecteren: Klik erop.

  • Een cellenbereik selecteren: Klik op een cel en sleep een selectiegreep (witte stip) in de gewenste richting totdat het gewenste celbereik wordt gemarkeerd.

  • Afzonderlijke cellen selecteren: Klik op een cel en houd de Command-toets ingedrukt terwijl u op andere cellen klikt.

Als u een tabelcel selecteert, wordt de slimme celweergave onder aan het Numbers-venster weergegeven. De slimme celweergave bevat de werkelijke waarde van een geselecteerde cel (bijvoorbeeld "3 apr. 2014 12:00"), of de opgemaakte waarde van een cel als u deze wijzigt (bijvoorbeeld "3-4").

Als de geselecteerde cel een formule bevat, wordt in de slimme celweergave de formule weergegeven. Als u de formule wijzigt, wordt in de slimme celweergave het formuleresultaat weergegeven.

U kunt ook een celbereik selecteren om snelle berekeningen voor deze cellen weer te geven, zoals de som, het gemiddelde, de minimumwaarde, de maximumwaarde en het aantal.

Een cel bewerken

Als een tabelcel leeg is, klikt u op de cel en begint u met typen.

Om een cel te bewerken die al inhoud bevat, voert u een of meer van de volgende stappen uit:

  • Inhoud wijzigen: Klik dubbel op een cel om het invoegpunt weer te geven. Om het invoegpunt te verplaatsen, klikt u op de plaats waar u het invoegpunt wilt weergeven in de cel.

  • Inhoud vervangen: Klik op de cel en begin met typen. De bestaande inhoud wordt overschreven.

  • Alle inhoud verwijderen: Klik op de cel en druk op de Delete-toets.

Terwijl u in een cel typt, wordt een lijst met suggesties voor automatisch vullen weergegeven. Deze lijst bevat tekst die eerder in die kolom is ingevuld, met uitzondering van voet- of koptekst. Druk op de Tab-toets om een suggestie in de cel te gebruiken. Om suggesties uit te schakelen, kiest u 'Numbers' > 'Voorkeuren' (uit het Numbers-menu boven in het scherm). Schakel 'Toon suggesties bij het bewerken van tabelcellen' uit in het paneel 'Algemeen'.

Tip: Druk op de Return-toets terwijl u de Option-toets ingedrukt houdt om een alinea-einde in een cel in te voegen.

Meer informatie over het toevoegen van formules is te vinden in Cellen opmaken voor het weergeven van verschillende soorten gegevens.

Gegevens uit tabelcellen verwijderen

  • Selecteer de cellen en druk vervolgens op de Delete-toets.

    Als u kiest voor verwijderen, wordt de inhoud uit de cellen verwijderd, maar blijven de gegevensnotatie, tekststijl en celstijl behouden. Om alle gegevens, opmaak en stijlen te verwijderen, selecteert u de cellen en kiest u 'Wijzig' > 'Wis alles' (uit het Wijzig-menu boven in het scherm).

Cellen automatisch vullen

U kunt snel de inhoud van geselecteerde cellen aan aangrenzende cellen toevoegen zonder tekst te typen. U kunt ook een rij of kolom vullen met een logische gegevensreeks, bijvoorbeeld een reeks cijfers, datums of letters.

  • Voer een of meer van de volgende stappen uit:

    • Cellen automatisch vullen op basis van de inhoud van een of meer aangrenzende cellen: Selecteer de cellen met de inhoud die u wilt kopiëren en beweeg de aanwijzer over een rand van de selectie totdat een gele greep voor automatisch vullen verschijnt. Sleep de greep over de cellen waar u de inhoud wilt toevoegen.

      In de geselecteerde cellen aanwezige gegevens en een eventuele celnotatie, formule of opvulling worden toegevoegd, maar dit geldt niet voor opmerkingen. Met automatisch vullen worden bestaande gegevens overschreven door de waarde die u toevoegt.

    • Aangrenzende cellen automatisch vullen met een reeks of patroon: Typ de eerste twee onderdelen in de reeks in de eerste twee hoofdtekstcellen van de rij of kolom die u wilt vullen. Typ bijvoorbeeld A en B. Selecteer de cellen, beweeg de aanwijzer over een rand van de selectie totdat een gele greep voor automatisch vullen verschijnt. Sleep vervolgens de greep over de cellen die u wilt vullen.

      U kunt cellen automatisch vullen met een patroon van waarden. Als twee geselecteerde cellen bijvoorbeeld de waarden '1' en '4' bevatten, worden aan de twee aangrenzende cellen de waarden '7' en '10' toegevoegd (bij de volgende waarde wordt steeds 3 opgeteld).

Met automatisch vullen wordt geen blijvende relatie tot stand gebracht tussen cellen in de groep. Nadat u cellen automatisch hebt gevuld, kunt u de inhoud van elke cel afzonderlijk aanpassen.

Wanneer u cellen automatisch vult, worden formules die naar die cellen verwijzen, automatisch bijgewerkt, zodat ze de nieuwe waarde gebruiken.

Cellen kopiëren en plakken

Als u een cel kopieert, of de gegevens in een cel naar een nieuwe locatie verplaatst, worden alle eigenschappen van de cel eveneens gekopieerd, zoals de gegevensnotatie, opvulling, rand en opmerkingen.

Selecteer de cellen die u wilt kopiëren of verplaatsen en voer daarna een van de volgende stappen uit:

  • De gegevens verplaatsen: Klik en houd uw vinger op het bereik totdat deze uit de tabel wordt geplaatst. Sleep de cellen vervolgens naar een andere locatie in de tabel. Bestaande gegevens worden vervangen door de nieuwe gegevens.

  • Bestaande inhoud plakken en overschrijven: Kies 'Wijzig' > 'Kopieer' (uit het Wijzig-menu boven in het scherm). Selecteer de cel linksboven waarin u de gegevens wilt plakken en kies vervolgens 'Wijzig' > 'Plak'.

    Als uw gegevensbereik formules bevat, kiest u 'Plak resultaten van formule'.

  • Plakken zonder te overschrijven: Kies 'Wijzig' > 'Kopieer', selecteer de doelcellen en kies vervolgens 'Voeg in' > 'Gekopieerde rijen' of 'Voeg in' > 'Gekopieerde kolommen' (uit het Voeg in-menu boven in het scherm). Nieuwe rijen of kolommen worden toegevoegd aan de gekopieerde cellen.

  • Een celstijl plakken: Kies 'Opmaak' > 'Kopieer stijl' (uit het Opmaak-menu boven in het scherm), selecteer de cellen waar u de stijl naar wilt kopiëren en kies 'Opmaak' > 'Plak stijl'.

  • De inhoud van cellen plakken zonder de stijl: Kies 'Wijzig' > 'Kopieer' (uit het Wijzig-menu boven in het scherm), selecteer de cellen waar u naar wilt kopiëren en kies 'Wijzig' > 'Plak en pas stijl aan'. De geplakte cellen gebruiken de opmaak van de nieuwe locatie.

  • Plakken buiten een bestaande tabel: Sleep de cellen naar de gewenste positie. Met de geplakte cellen wordt een nieuwe tabel aangemaakt.

Als u een celbereik kopieert dat verborgen of weggefilterde gegevens bevat, worden de verborgen of weggefilterde gegevens ook gekopieerd. Als u een celbereik plakt met een passende reeks verborgen cellen, worden de verborgen gegevens ook geplakt. Anders wordt de verborgen inhoud niet geplakt.

Zie Alineastijlen gebruiken voor meer informatie over het kopiëren en plakken van tekststijlen.

De rij en kolom voor een cel selecteren

Gebruik de muisaanwijzer en concentreer u op alleen de rij en de kolom voor een bepaalde cel.

  • Houd de Option-toets ingedrukt terwijl u de muisaanwijzer boven een cel houdt.

    De rij en de kolom voor die cel worden tijdelijk blauw gemarkeerd.